Taken

Het college van kerkrentmeesters wordt gevormd foor ten meinste drie leden van de kerkenraad die zorg dragen voor de niet-diaconale vermogensrechtelijke zaken. Het college werkt daarbij binnen de kaders van het beleidsplan en de begroting die de kerkenraad vaststelt, en legt aan de kerkenraad verantwoording af over zijn werk. De kerkenraad is namelijk eindverantwoord voor het vermogen van de gemeente.  

Naast het opstellen van de begroting en de jaarrekening, zijn de kerkrentmeesters verantwoordelijk voor de ledenadministratie en het organiseren van geldwervingsacties, zoals de actie kerkbalans en de eindejaarscollecte. Het college van kerkrentmeesters is ook verantwoordelijk voor het onderhoud van het kerkgebouw: een lastige taak bij een historsisch gebouw en beperkte financiële middelen.
 

Inkomsten, uitgaven en geldwerving

Kerkgenootschappen en hun onderdelen zorgen in Nederland zelf voor de benodigde inkomsten voor hun activiteiten. Aan de kerkleden wordt elk jaar via de Actie Kerkbalans gevraagd om hun bijdrage voor het werk van de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren. Voor de Gemeente te Glanerbrug is dit de enige bron van inkomsten.

Sommige  kerkelijke gemeentes bezitten ook nog vermogen in de vorm van woningen, landerijen of geldmiddelen. Soms is dit aan de gemeente nagelaten met een specifieke bestemming. De opbrengsten van dit vermogen worden aangewend voor het werk van de gemeente. De Protestantse Gemeente te Glanerbrug heeft naast het kerkgebouw geen bezittingen en ook geen inkomsten uit pacht of verhuur.

Kerken ontvangen in Nederland geen overheidssubsidie, behalve in uitzonderlijke gevallen voor de instandhouding van monumentale (kerk)gebouwen of voor een specifiek project.

Een groot deel van de ontvangen inkomsten wordt besteed aan pastoraat, in de vorm van salarissen voor de predikanten en eventuele kerkelijk werkers en aan de organisatie van kerkelijke activiteiten.  Daarnaast worden de ontvangen inkomsten ook besteed aan het in stand houden van de kerkelijke bezittingen, benodigd voor het houden van de kerkdiensten (zoals onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen), aan de kosten van de eigen en bijdragen voor het in stand houden van het landelijk werk.
 
terug
×